Ambassadeurs ondersteunen ontwikkeling Wetenschapsagenda

De ontwikkeling van de Wetenschapsagenda Toezicht wordt ondersteund door twee ambassadeurs. Ze combineren functies in het toezicht met een leerstoel aan de universiteit. In dit interview vertellen zij over hun betrokkenheid en het belang van de agenda.

De ambassadeurs

Femke de Vries en Inge de Wolf zijn de ‘verpersoonlijking’ van de ontmoeting van toezicht en wetenschap. Femke de Vries is bijzonder hoogleraar toezicht aan de Rijksuniversiteit Groningen en was tot voor kort bestuurslid van de Autoriteit Financiële Markten. Zij is nu senior partner bij adviesbureau &samhoud en adviseert onder meer over toezicht. “De belangrijkste reden voor mij om ambassadeur te zijn is omdat ik denk dat de wetenschap de toezichtspraktijk veel te bieden heeft. Wetenschap kan toezichthouders helpen om toezicht effectiever te maken en helpen met het vinden van antwoorden op essentiële vragen.” Inge de Wolf is bijzonder hoogleraar aan de Universiteit Maastricht en strategisch inspecteur bij de Inspectie van het Onderwijs. “Ik vind het erg belangrijk dat de rijksinspecties samenwerken met de wetenschap, omdat de wetenschap kan helpen om toezicht verbeteren. Volgens mij kan dat op drie manieren. Wetenschappelijke inzichten kunnen worden vertaald naar betere werkwijzen, de wetenschap kan helpen innoveren en de wetenschap kan bijdragen aan het ontwikkelen van reflectiviteit en het lerend vermogen van toezichthouders.”

Inge de Wolf

Inge de Wolf

Het belang van de Wetenschapsagenda Toezicht

De wetenschap heeft volgens de ambassadeurs veel te bieden. Maar waarom is juist de Wetenschapsagenda zo’n belangrijke stap? Inge de Wolf: “Ik denk dat deze agenda heel belangrijk kan zijn om de samenwerking tussen wetenschap en toezichtpraktijk te verbeteren. Hij zorgt voor samenhang en verbinding. Het zou zonde zijn als we niet gezamenlijk, als toezichthouders en wetenschappers, optrekken rond thema’s die voor alle toezichthouders van belang zijn. Dankzij de agenda kunnen we hoofdvragen bundelen en gezamenlijk actie ondernemen. Femke de Vries: “In de praktijk is het vaak moeilijk om wetenschap en toezicht bij elkaar te brengen. De Wetenschapsagenda kan hier een belangrijke stap in zijn. Zeker omdat het een product is van de twee domeinen: toezichthouders leveren input. Hierdoor adresseert de agenda ook echt de thema’s die leven in de praktijk. Ik hoop dat de agenda een gevoel van gemeenschappelijkheid creëert.” 

Een betere samenwerking

De ambassadeurs hebben ook ideeën over de verbetering van de samenwerking tussen toezicht en wetenschap. Femke de Vries: “Toezichthouders handelen regelmatig op basis van intuïtie, terwijl onderzoek heeft aangetoond dat de realiteit anders in elkaar zit. Ik denk dat ze onderzoeksresultaten beter kunnen toepassen in de praktijk. Zo bleek uit recent onderzoek dat ‘famen’ een veel positiever effect heeft op de naleving dan ‘shamen’. Toch handelen de meeste toezichthouders volgens ‘shaming’-principes. Onderzoek toepassen in de praktijk vergt enig lef. Politiek en media zijn er bijvoorbeeld vooral in geïnteresseerd of er wel voldoende gestraft wordt. Het zou mooi zijn als toezichthouders tegen de stroom in wetenschappelijke kennis beter benutten.” Inge de Wolf: “Het thema toezicht heeft lang te weinig aandacht van de wetenschap gekregen. Ik denk dat de agenda ervoor kan zorgen dat toezicht een interessanter thema wordt. Ik zie al enkele jaren de belangstelling ervoor toenemen, maar dat kan altijd nog meer. Toezichthouders hebben wetenschappers veel te bieden. Datasets die normaal niet zomaar toegankelijk zijn, interessante problematieken en een context waarin wetenschappers maatschappelijk zeer relevant onderzoek kunnen doen.”

Femke de Vries

Femke de Vries

Aandachtspunten voor de Wetenschapsagenda

Waar moet, volgens de ambassadeurs, op worden gelet tijdens de ontwikkeling van de Wetenschapsagenda? Inge de Wolf: “Ik vind het heel belangrijk dat de agenda een product wordt van een écht gezamenlijk proces. Ik hoop dat alle toezichthouders meepraten en hun bijdrage leveren. Niet alleen de grote inspecties die al samenwerken met de wetenschap.” Femke de Vries: “Ik vind het belangrijk dat de Wetenschapsagenda rekening houdt met twee zaken. Als eerste vind ik het belangrijk dat de agenda aan de slag gaat met thema’s waaraan écht behoefte bestaat in de toezichtpraktijk. Ten tweede lijkt het me belangrijk dat het onderzoek, dat voortvloeit uit de agenda, echt in de praktijk gaat worden uitgevoerd. In samenwerking met toezichthouders, dus. Op die manier zorgen we voor de grootst mogelijke relevantie van het onderzoek.”