Eerste kennismaking met Alida Oppers, de nieuwe voorzitter van de Inspectieraad

De Inspectieraad heeft sinds vandaag een nieuwe voorzitter: Alida Oppers, inspecteur-generaal van de Inspectie voor het Onderwijs. Zij heeft deze functie overgenomen van Jan van den Bos, die de voorzittershamer ruim elf jaar hanteerde. Wie is Alida Oppers, wat is haar stijl en wat gaat ze de komende maanden als eerste oppakken? Een eerste kennismaking.

foto van Alida Oppers
Beeld: Arenda Oomen

Je bent unaniem  benoemd door de Inspectieraad. Wat maakt jou zo geschikt voor de functie van voorzitter?

We hadden met elkaar diverse criteria opgesteld. Zo wilden we graag iemand die zowel bekend is met het Haagse als met de wereld van toezicht. Voor ik IG werd, was ik onder meer directeur bij het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en directeur-generaal bij het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Verder zit mijn inspectie qua omvang mooi tussen de kleine en hele grote inspecties in. En ik ben heel breed geïnteresseerd, dat helpt ook.

Wat maakte dat je ja hebt gezegd toen je werd voorgedragen?

Er spelen momenteel zulke interessante vraagstukken, daar wil ik graag breder mee bezig zijn. Hoe burgers zich verhouden tot de overheid bijvoorbeeld: het lijkt wel of een deel van de burgers de overheid helemaal niet meer vertrouwt en er bij wijze van spreken elke maand een toezichthouder bijkomt om dat te herstellen. Ik zie zeker een belangrijke rol voor toezicht in dat herstel, maar tegelijkertijd zie ik ook een valkuil. We moeten wel alert zijn op bovenmatige verwachtingen en meer toezicht kan nooit het enige antwoord zijn.

Een ander onderwerp is de komst van de Wet op de rijksinspecties. Mijn voorganger heeft zich de blaren op de tong gepraat om die op de Haagse agenda te krijgen en dat is hem uitstekend gelukt: de komst van de wet is aangekondigd in het regeerakkoord. Nu is het zaak om de bal na deze perfecte assist strak het doel in te jagen.

Hoe omschrijf je jouw stijl van werken?

Natuurlijk heb je een voorzitter nodig met bijhorende taken – het is handig als iemand de vergaderingen voorzit en waar nodig zaken aanjaagt - , maar waar het kan, doe ik de dingen graag samen. Ik zet het liefst alle talenten en kwaliteiten van mensen in en doe in die zin graag aan functiedeling. Zo zie ik dat ook voor mijn nieuwe rol. Er zit enorm veel kwaliteit rond de tafel. Verder hoor ik van anderen dat ik mensen ruimte geef, reflecteer op hun inbreng en op die manier tot breed gedragen resultaten kom.

Wat ga je nu als eerste doen?

Ik ga als eerste een rondje maken langs alle collega’s van de Inspectieraad om persoonlijk van hen te horen wat zij belangrijk vinden en wat ze willen en kunnen bijdragen.  En er ligt een werkagenda waarmee ik natuurlijk aan de slag ga.

Hoe ervaar jij de Inspectieraad zoals die nu is? Wat maakt jou daarin blij?

De onderlinge verhoudingen zijn echt top. Het is een lekker pluriforme groep met inhoudelijk gedreven mensen die respectvol met elkaar omgaan. De intercollegiale consultatie is heel erg fijn, want als IG heb je een eenzaam beroep. In de Inspectieraad ervaar ik toch dat groepsgevoel. Uit de hoge opkomst iedere maand blijkt ook wel dat we dit overleg allemaal belangrijk vinden.

Wat zijn je wensen en waar is nog winst te halen denk je?

Als een initiatief minder oplevert dan vooraf gedacht, moeten we daar ook gewoon mee kunnen stoppen. Aan de andere kant zie ik juist ook kansen om succesvolle eenmalige initiatieven meer uit te diepen zoals een kennissessie die we een keer hadden over prioritering.

En ik zou willen dat we zo veel mogelijk eigenaarschap ontwikkelen bij de leden en de deelnemende inspecties. Niet dat we alles altijd als collectief moeten doen en zeker geen one size fits all, maar ik zou wel meer deelcoalities op bepaalde onderwerpen willen zien die ook écht getrokken worden door de leden zelf. Nu leunen we in sommige gevallen nog wel heel erg op Bureau Inspectieraad.

Wat neem je graag over van je voorganger?

Er ligt natuurlijk heel veel waar ik op voort kan bouwen, zoals het voorwerk voor de wet. Jan was in de Inspectieraad een meester in het geven van ongemerkte sturing de goede kant op. Ik hoop dat ik hem daarin kan evenaren.