Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA)

De Nederlandse Arbeidsinspectie (voorheen: Inspectie SZW) controleert of bedrijven/werkgevers zich houden aan wetten, besluiten en regelingen op het terrein van arbeid (zoals bv. Wet minimumloon, de Arbeidsomstandighedenwet en de Arbeidstijdenwet). Verder spoort de Inspectie fraude, uitbuiting en georganiseerde criminaliteit binnen de keten van werk en inkomen op. Op het werkveld van arbeid signaleert ze ontwikkelingen en risico’s en meldt deze aan belanghebbende partijen.

Missie

De Nederlandse Arbeidsinspectie werkt aan eerlijk, gezond en veilig werk en bestaanszekerheid voor iedereen.

Werkvelden

Arbeidsuitbuiting en mensenhandel; arbeids(markt)discriminatie; arbozorg en arbeidsomstandigheden; brzo- en ARIE-bedrijven (chemische concerns en opslag); gevaarlijke stoffen en straling; lichamelijke belasting en het voorkomen van ongevallen; werk- en rusttijden; werkstress en psychosociale belasting; productveiligheid en certificatie; inhuur of uitleen van personeel; buitenlandse werknemers; (minimum)loon en beloning; inkomenszekerheid, armoede en uitsluiting; sociale zekerheid; werk door kinderen en jongeren. Internationaal werkt de Nederlandse Arbeidsinspectie onder andere samen in de European Labour Authority (ELA) en de Senior Labour Inspectors Comittee (SLIC) en met Europese markttoezichthouders (i.v.m. productveiligheid).

Facts & figures juni 2021

  • Moederdepartement: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
  • Aantal medewerkers: de facto 1.348 (eind 2020); met groei naar formatieve omvang van 1570 eind 2022
  • Budgettaire omvang: 152 mln (2020), waarvan 129 mln aan personele kosten
  • Oprichtingsdatum: 2012. Voorgangers: de Arbeidsinspectie, de Inspectie Werk en Inkomen, de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en Inspectie SZW. Rijkstoezicht op de arbeid bestaat al sinds 1890.
  • Inspecteur-generaal: Rits de Boer

Prioriteiten & relevante beleidsdossiers

De Nederlandse Arbeidsinspectie werkt risicogericht: de capaciteit wordt daar ingezet waar de arbeidsrisico’s het grootst zijn. De Nederlandse Arbeidsinspectie onderscheidt daarbij grofweg drie domeinen: eerlijk werk, gezond & veilig werk (incl. gevaarlijke stoffen/BRZO) en bestaanszekerheid (stelseltoezicht; onderzoek naar de werking en effecten van het sociale zekerheidstelsel). Er zijn 17 programma’s die zich richten op specifieke sectoren, thema’s of meldingen.

De aanpak van de Nederlandse Arbeidsinspectie wordt beschreven in het Meerjarenplan (MJP), dat is gebaseerd op een brede omgevingsanalyse en risicoanalyse. Per programma wordt een mix van toezichtinstrumenten en opsporingsonderzoeken ingezet voor gedragsbeïnvloeding, variërend van voorlichting en overleg met de sector tot handhaving (met strafrecht/opsporing als zwaarste instrument). De Inspectie onderzoekt ook reactief arbeidsongevallen, klachten en andere meldingen.

Een stapeling van arbeidsrisico’s laat zich vooral zien bij werkenden die laagbetaald werk verrichten, op flexibele basis. Zij lopen meer risico op oneerlijke, onveilige en ongezonde arbeidsomstandigheden. En bepaalde sectoren springen daarbij in het oog. Belangrijke risico’s op het terrein van gezond & veilig zijn, naast arbeidsongevallen, de blootstelling aan gevaarlijke stoffen, werkdruk, ongewenst gedrag en fysieke belasting.

Recente rapporten

Maatschappelijke dialoog en gebruik van moderne technieken

De Nederlandse Arbeidsinspectie betrekt haar informatie onder meer uit enquêtes en onderzoeken ten behoeve van het MJP en de tussentijdse reviews daarvan. Ook voor de totstandkoming van grotere rapportages als de ‘Staten van..’ maakt de Nederlandse Arbeidsinspectie gebruik van informatie van vele organisaties en enquêtes.

Burgers/bedrijven worden vooral door een actieve media-aanpak geïnformeerd. In de communicatie ligt de nadruk op werkgevers, in sommige gevallen worden ook werknemers geïnformeerd. De kanalen waarlangs burgers/bedrijven meldingen en klachten kunnen indienen, worden zo toegankelijk mogelijk gemaakt. Bedrijven krijgen ook zelfinspectietools aangeboden waarvan zij gebruik kunnen maken.

Afgelopen jaar is door enorme toename van het aantal meldingen (vooral corona-gerelateerd) het werkproces aangepast om beter te kunnen inspelen op de vele meldingen vanuit de maatschappij (werknemers en bedrijven) door de inrichting van triage-tafels en de intensivering van de samenwerking met andere instanties. De meldingen van werknemers en bedrijven worden ook gebruikt voor het houden van risicogericht toezicht.

Een belangrijke prioriteit is informatiegestuurd werken. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de beschikbare data binnen de organisatie en bij ketenpartners en bedrijven, om capaciteit zo gericht mogelijk in te zetten. Om sturingsprocessen te voorzien van de daarin benodigde informatie wordt hiervoor zowel interne als externe informatie gestructureerd verzameld en geanalyseerd. De Inspectie investeert in informatievoorziening, inclusief beheer en –vernieuwing, en gebruik door eigen medewerkers.